Het gesprek dat steeds wordt uitgesteld
Ken je dat? Je hebt iets op je hart over je partner, maar je begint er niet over. Niet omdat het er niet toe doet, maar juist omdat het lastig voelt. De redenen zijn vaak begrijpelijk. Het is de moeite niet waard. Het is niet fijn om dit te bespreken. Ik schaam me ervoor. Ik voel me er schuldig over. Maar het meest hoor ik: “Ik wil de ander geen pijn doen.” Medelijden dus. Of misschien iets wat daar sterk op lijkt. Natuurlijk hoef je niet alles te benoemen. Sommige dingen zijn klein genoeg om te laten liggen. Het wordt ingewikkelder wanneer het gaat over diepere verschillen. Normen en waarden. Gezondheid. Leefstijl. Zaken die niet vanzelf verdwijnen als je ze negeert.
Ik herinner me een stel dat dit gesprek te lang had uitgesteld. Tot voorbij het punt waarop het nog rustig gevoerd kon worden. Anja en Hans heetten ze. Zij was 43, levendig en sportief. Hij was 44, sociaal, warm en levensgenieter. Beiden noemden zichzelf bourgondisch. Maar ze bedoelden iets heel anders. Voor Anja betekende bourgondisch leven: gezond eten, sporten, af en toe zondigen. Juist daarom kon ze in het weekend genieten van uit eten of een barbecue. Dat voelde als balans. Voor Hans betekende bourgondisch leven: lekker eten, gezelligheid, samen zijn. Een wijntje, een biertje, soms een bacootje. Hij sportte niet, dronk ook doordeweeks en genoot volop van uitgebreid eten, ook op zijn werk. Lange tijd ging dat goed. Tot het begon te schuren. Anja merkte dat ze zich steeds vaker irriteerde aan zijn leefstijl. Ze vond het lastig om dat te benoemen, juist omdat ze er zelf ook deels aan meedeed. Het was gezellig. En tegelijk voelde ze zich steeds minder tot hem aangetrokken. Hij werd zwaarder, had ’s avonds een sterke lichaamsgeur en hield langere wandelingen niet meer vol. Er moest steeds een pauze komen. Bij een café. Of ergens anders. Het botste te veel met wat voor haar belangrijk was. Maar hoe zeg je zoiets?
In plaats van het gesprek aan te gaan, keerde Anja zich langzaam van Hans af. Ze sliep niet meer met hem. Liet afstand ontstaan. Maakte haar onvrede zichtbaar in gedrag, niet in woorden. Hans had dat niet door. Hij verklaarde haar afstand vanuit iets anders. Veranderende hormonen, dacht hij. Geen reden om zich zorgen te maken. Tot het moment kwam dat Anja niet anders meer kon dan het eruit te gooien. Maar het was niet meer zorgvuldig. Niet meer afgestemd. Het gesprek kwam alsnog als uitbarsting. Er vielen harde woorden. Uitspraken die Hans diep raakten. Niet alleen om wat er werd gezegd, maar vooral omdat het zo lang verborgen was gebleven. Wat hier gebeurt, is niet uitzonderlijk. Het is wat er gebeurt wanneer zorg voor de ander leidt tot zwijgen, en zwijgen langzaam verandert in afstand. De vraag is dan niet: wie heeft gelijk? Maar: wat kost het om een belangrijk gesprek uit te stellen? Is het sparen van de ander werkelijk zorgzaam, als je jezelf steeds verder terugtrekt? En wat gebeurt er met verbinding wanneer verschil niet meer besproken wordt, maar geleefd wordt als afstand? Hoe zouden Anja en Hans hier samen uit kunnen komen? En wat zou jij doen als je merkt dat een gesprek steeds wordt uitgesteld?

