Wanneer routine de verbinding stilletjes overneemt

Ze zitten samen aan tafel. Niet voor het eerst, niet voor het laatst. Het gesprek gaat over praktische zaken. Wie wat doet. Wat nog moet. Wat alweer vergeten is. Er wordt gesproken, maar er wordt niet echt afgestemd. Zij merkt het eerder dan hij. Niet omdat hij iets verkeerd doet, maar omdat ze hem mist. Niet fysiek, hij is er. Maar als gesprekspartner, als iemand die haar ziet, die afstemt, die aanwezig is. Ze zegt er iets van. Eerst voorzichtig. Later scherper. Hij reageert defensief. Hij doet toch zijn best? Hij werkt hard. Hij is er toch? Wat volgt is geen ruzie over de afwas of over tijd. Wat volgt is een poging tot herstel die niet wordt herkend. Feitelijk zijn de verwijten niets meer of minder dan deze zin: “Schat, ik mis je.”

Maar die zin wordt zelden zo uitgesproken. In plaats daarvan ontstaat afstand. Irritatie. Ongeduld. Beiden wachten tot de ander iets doet. Wat hier gebeurt, is niet uitzonderlijk. Het is hoe routine langzaam de verbinding kan overnemen. Niet door onwil, maar door vanzelfsprekendheid. De vraag is dan niet wie gelijk heeft. Ook niet wie begon. De vraag is wat er nodig is om elkaar weer te zien. Niet door harder te praten. Niet door uit te leggen waarom je gelijk hebt. Maar door te onderzoeken wat er werkelijk gemist wordt. Wat gebeurt er als niemand die stap zet? Wat gebeurt er als beiden wachten tot de ander het initiatief neemt. Misschien gaat het daar vaker mis dan we denken. Niet omdat de relatie tekortschiet, maar omdat beschikbaar blijven onder spanning lastig is. Wat maakt het voor jou moeilijk om beschikbaar te blijven wanneer je de ander mist? En wat gebeurt er tussen jullie wanneer dat uitblijft?

Vorige
Vorige

Samen moe op de bank

Volgende
Volgende

Gedrag is logisch, ook als het niet helpend is